Onderhandelingsresultaat cao OB 2026-2028 bereikt
Woensdag 8 juli 2026Na een half jaar onderhandelen hebben VOB, FNV en CNV (cao-partijen) een onderhandelingsresultaat bereikt over een nieuwe cao openbare bibliotheken 2026-2028 (cao OB). De nieuwe cao heeft een looptijd van 1 april 2026 tot en met 31 maart 2028.
Met dit resultaat hebben cao-partijen een goed evenwicht weten te vinden tussen koopkrachtverbetering voor werknemers, de financiële mogelijkheden van werkgevers en de aantrekkelijkheid van de OB-branche als (potentiële) werkgever.
In de branche zijn ruim 8.250 werknemers werkzaam bij ruim 130 werkgevers.
Het VOB-bestuur legt dit onderhandelingsresultaat met een positief advies voor aan de leden. De komende weken stemmen de leden van VOB, FNV en CNV over het onderhandelingsresultaat. Zij hebben het laatste woord. De uitkomst is eind juli 2026 bekend.
De belangrijkste afspraken zijn op hoofdlijnen:
Salaris
- Per 1 augustus 2026 worden de bruto maandsalarissen verhoogd met 3,2%. Uitgangspunt is de salaristabel per 1 januari 2026.
- Per 1 april 2027 worden de bruto maandsalarissen van werknemers met € 100 verhoogd (voorafgaand aan inschaling in het nieuwe salarisgebouw).
- Per 1 januari 2028 worden de bruto maandsalarissen verhoogd met 1%. Uitgangspunt is de salaristabel per 1 april 2027.
Salarisgebouw
Per 1 april 2027 is een nieuw salarisgebouw met normperiodieken van toepassing.
Ten opzichte van het huidige salarisgebouw worden:
- de minima van schaal 1 tot en met 7 verhoogd;
- de maxima van schaal 1 tot en met 9 verhoogd;
- de minima van schaal 8 tot en met 14 verlaagd; en
- de maxima van schaal 10 tot en met 14 gestroomlijnd, waarbij bovendien de twee ‘extra’ treden genoemd in bijlage B van de cao OB 2024-2026 vervallen.
Er komt met dit nieuwe salarisgebouw een logische opbouw tussen en binnen schalen en een betere loonlijn. Hierdoor krijgt de branche een logisch en toekomstbestendig salarisgebouw op relatief korte termijn. Bovendien biedt het nieuwe salarisgebouw een beter perspectief voor werknemers in de lagere en middenschalen.
Cao-partijen lichten werkgevers en werknemers in de maanden voor invoering van het nieuwe salarisgebouw uitgebreid voor.
Pluswerk
Het onderscheid tussen over- en meeruren vervalt.
Van pluswerk is sprake als de werknemer incidenteel:
- in opdracht van de werkgever werk uitvoert buiten de vastgestelde werktijden in het jaarrooster; en
- daarmee sprake is van overschrijding van de in de arbeidsovereenkomst afgesproken en schriftelijk vastgelegde bruto jaarurennorm.
Het totaal aantal plusuren mag bij einde referteperiode niet hoger zijn dan 10% van de bruto jaarurennorm. Dit vanuit de intentie om zowel pluswerk als werkdruk te beperken en om implementatie van de jaarurensystematiek te stimuleren.
Een werknemer, die aan de voorwaarden in de cao OB voldoet, krijgt voor elk uur pluswerk een plusuurtoeslag, naast de compensatie in tijd of uitbetaling van (resterende) plusuren.
De plusuurtoeslag is een percentage van het uursalaris (t/m schaal 10).
Dit percentage is per plusuur:
- 35% van het uursalaris; of
- 70% van het uursalaris op een zon- of feestdag.
Uiterlijk binnen drie maanden na einde referteperiode worden de (resterende) plusuren uitbetaald, dan wel op verzoek van de werknemer en indien mogelijk gecompenseerd in tijd.
Feestdag: 5 mei
Met ingang van 2027 is 5 mei elk jaar een feestdag. Daardoor kan een werkgever de werknemer niet zomaar verplichten om op 5 mei te werken.
In verband daarmee wordt de norm voor het gemiddelde aan feestdagenuren met vier uur verhoogd; van 43 uur naar 47 uur per jaar. De voltijds netto jaarurennorm gaat als gevolg hiervan omlaag naar 1645 uur, met ingang van 1 januari 2027.
Leren en ontwikkelen
Cao-partijen zien duurzame inzetbaarheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werknemers en werkgevers. Zij vinden een goede leercultuur belangrijk. Cao-partijen stimuleren werknemers en werkgevers het gesprek aan te gaan met elkaar over loopbaanontwikkeling.
Alle werkgevers nemen uiterlijk in hun jaarbegroting voor 2028 een budget op voor leren en ontwikkelen, ter grootte van minimaal 2,5% van de loonsom. Alle vormen van leren en ontwikkelen en wat daarmee verband houdt vallen onder dit percentage van de loonsom.
Daarnaast willen cao-partijen via Stichting BibliotheekWerk de randvoorwaarden creëren voor werknemers om eens per drie jaar loopbaangesprekken te voeren met een onafhankelijke professionele loopbaanadviseur.
Jubilea
Vanaf 2027 krijgt een werknemer die 15, 25 of 35 jaar in dienst is recht op een jubileumgratificatie. Bovendien krijgt de werknemer een keuze tussen een gratificatie in geld of verlofuren. Er geldt een overgangsregeling voor werknemers die binnenkort 25, 40 of 50 jaar in dienst zijn.
Stagevergoeding
Een stagiair, die een stageovereenkomst heeft als onderdeel van een erkende opleiding, krijgt een stagevergoeding van € 375 bruto per maand bij een voltijds stage.
Maand van de vakbonden
Cao-partijen wijzen jaarlijks een kalendermaand aan als ‘Maand van de vakbonden’. In deze periode krijgen werknemers de gelegenheid kennis te maken met het werk van de vakbonden en hun activiteiten. Werkgevers faciliteren deze ‘Maand van de vakbonden’. Vakbonden maken daarover in goed overleg tijdig en vooraf afspraken met de directeur-bestuurder.
Overig
Tot slot hebben cao-partijen afspraken gemaakt over:
- de reikwijdte van de geschillenregeling;
- tekstuele en kleine inhoudelijke wijzigingen in de cao OB.
Protocol
Tijdens de looptijd van de cao OB gaan cao-partijen aan de slag met deze thema’s:
- pensioenpremie (hoogte totale bruto premie en verdeling tussen werkgever en werknemer);
- PKB-regeling (voorlichting en monitoring);
- duurzame inzetbaarheid (werkdruk, vakantiedagen, preventie en aanpak ziekteverzuim, goede gesprekken).








