Ga door naar hoofdcontent
Interviews‘Vraagt lenigheid, maar met passie komen we ver’ – in gesprek met Ine van der Meer
Interview met sectormanager dienstverlening OBA Ine van der Meer

‘Vraagt lenigheid, maar met passie komen we ver’ – in gesprek met Ine van der Meer

Donderdag 7 mei 2020Afbeelding ‘Vraagt lenigheid, maar met passie komen we ver’ – in gesprek met Ine van der Meer

Dit interview is onderdeel van de serie ‘Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis’. Anne van den Dool (onderzoeksredacteur bij de KB) bevraagt hiervoor directeuren in bibliotheekland naar specifieke thema’s die spelen bij de maatregelen rondom het coronavirus. Bibliotheken mogen binnenkort vestigingen gedeeltelijk weer openstellen als dit veilig kan voor de bezoekers en medewerkers.

Ine van der Meer, sectormanager dienstverlening bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), was nauw betrokken bij de totstandkoming van het protocol voor de heropening van de bibliotheek voor basisschoolleerlingen.

‘Onze directeur Martin Berendse vroeg me mee te denken,’ vertelt Van der Meer. ‘Ik stelde toen voor hun bezoek in kleine groepen te laten plaatsvinden, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Met vijf- à zesjarigen moet je de groep niet groter dan vier kinderen willen maken. Ook leek het mij een goed idee gebruik te maken van tijdsloten, met een bezoek van maximaal een halfuur, bijvoorbeeld. Bovendien gaat met alle groepen een begeleider van de OBA mee, was mijn voorstel – op gepaste afstand, uiteraard.’

Dat de ouders en leerkrachten volgens het protocol van de VOB niet mee naar binnen mogen, ziet Van der Meer niet per se als een probleem. ‘Natuurlijk is het met name voor de allerkleinsten best spannend om zonder verzorger de bibliotheek in te gaan,’ geeft ze toe. ‘Daarom houden we die groepen ook heel klein. Ook kunnen we hun bezoek aankleden met een voorleesmoment. Wat ook helpt: bij veel van onze vestigingen kun je gemakkelijk naar binnen kijken. De ouders en kinderen verliezen elkaar dus niet helemaal uit het oog. Daarnaast zijn onze medewerkers voor de kinderen vaak al bekende gezichten. Dat stelt ook gerust. En als het allemaal toch te spannend is, benadrukken we, kunnen ouders en kinderen altijd nog gaan voor een afhaaltasje.’

De Amsterdamse bibliotheek is niet van plan de dienst voor basisschoolleerlingen direct in alle vestigingen aan te bieden. ‘We starten met vijf vestigingen, verdeeld over de stad. Daar beginnen we op twee dagen, bijvoorbeeld op woensdag en zaterdag. De week daarna kunnen we opschalen naar het Oosterdok plus twaalf van onze wijkvestigingen. Zo hebben we het met onze andere diensten ook gedaan. Met die aanpak kunnen we onze eerste ervaringen delen met de volgende vestigingen. Daarnaast is het prettig om op die manier aan het publiek te kunnen laten zien waarmee we zo druk bezig zijn.’

Natuurlijk is voorzichtigheid nog steeds geboden. Van der Meer: ‘We zorgen ervoor dat er niet te veel bezoekersstromen ontstaan die elkaar kunnen kruisen. En richting onze medewerkers houden we zoveel mogelijk rekening met bijzondere omstandigheden, ook nu we de dienstverlening verder uitbreiden. Om deze dienst te kunnen faciliteren, vragen we collega’s van andere afdelingen bij te springen. Het vraagt wat creativiteit en lenigheid, maar met onze passie komen we ver.’

Reacties

    Plaats een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Vereiste velden zijn gemarkeerd met *