Ga door naar hoofdcontent
Interviews‘Niet investeren in stenen maar in genen’ – in gesprek met Hans van der Veen
Interview met directeur Bibliotheken Midden-Fryslân (dbieb)

‘Niet investeren in stenen maar in genen’ – in gesprek met Hans van der Veen

Woensdag 2 september 2020Afbeelding ‘Niet investeren in stenen maar in genen’ – in gesprek met Hans van der Veen

Hoe voeren bibliotheken hun taken uit in het gebied waarin en waarvoor zij werkzaam zijn? Bij welke kernfuncties liggen hun kansen en hun uitdagingen? En hoe zouden we het bibliotheekveld nog beter kunnen inrichten om die functies optimaal te vervullen? In deze serie interviews nodigt Anne van den Dool (KB) bibliotheekdirecteuren uit met een frisse blik te kijken naar de sector en haar taken.

Mooi pand

Een mooi gebouw helpt. Dat weet Hans van der Veen, directeur van de Bibliotheken Midden-Fryslân, bekend als dbieb. Enkele jaren geleden mocht een van zijn vestigingen haar intrek nemen in de oude gevangenis van Leeuwarden, die werd omgetoverd tot een stijlvolle bibliotheek. Maar liefst vier architecten bogen zich over het ontwerp van de bieb, allemaal vanuit hun eigen perspectief.

En nu prijkt daar, op een steenworp afstand van de oude locatie, een nieuwe vestiging die van alle gemakken is voorzien om de vijf kerntaken uit te voeren. ‘Zo’n nieuw gebouw is niet alleen een heel mooi visitekaartje,’ aldus Van der Veen. ‘Ons nieuwe pand helpt ons enorm de kernfuncties te vervullen. We hebben ruim tweehonderd studieplekken, een theaterzaal, een werkplaats en – niet onbelangrijk – de mogelijkheid onze collectie op een mooie manier voor het voetlicht te brengen.’

Dat werd beloond: vorig jaar werden ze uitgeroepen tot beste bibliotheek van Nederland. ‘Dat heeft niet alleen te maken met een mooi gebouw,’ realiseert Van der Veen zich. ‘Het gaat er vooral om wat er in dat pand gebeurt. Maar zeker: het is een mooi visitekaartje, dat de aandacht trekt van bezoekers en collega’s.’

Op z’n retour

De Bibliotheken Midden-Fryslân kennen zes vestigingen, waarvan, na de sluiting van drie van de vier vestigingen in de Leeuwardse binnenstad, zich er nog maar eentje níet op het platteland bevindt. ‘De dorpsvestiging heeft in de huidige vorm z’n langste tijd gehad,’ aldus Van der Veen. ‘Je moet tegenwoordig onderdeel zijn van een multifunctionele accommodatie óf in een grote stad zitten, anders red je het niet. Natuurlijk is de collectie heel belangrijk – het is zelfs de ruggengraat van de bibliotheek – maar de financiële houdbaarheid van zo’n constructie is passé.’

En dat is zonde, want veel bezoekers komen juist voor die functie, weet ook Van der Veen. ‘We houden ieder jaar weer rekening met een daling van vijf procent in het aantal uitleningen en in onze ledenaantallen. Dat is een van de grootste uitdagingen in de Nederlandse bibliotheeksector. Ik zou daarom willen pleiten voor het model dat ze in Scandinavië bezigen: bij je geboorte ben je automatisch lid van de bibliotheek, totdat je opzegt.’

Ook is de financiering vanuit de cultuurhoek in de ogen van Van der Veen funest voor het voortbestaan van de bibliotheek. ‘We staan veel sterker als we, niet alleen vanuit de cultuurtak, maar ook structureel vanuit het onderwijs en de welzijnstak worden gefinancierd. We zitten in toenemende mate in de onderwijshoek en het maatschappelijk domein en hebben zoveel méér te bieden dan alleen kunst en cultuur.’

Om zijn eigen plannen werkelijkheid te laten worden, voorziet Van der Veen dat alle plattelandsvestigingen in zijn werkgebied de komende tijd onderdeel zullen gaan uitmaken van een bepaalde alliantie, waarin meerdere partners gehuisvest zijn. ‘Denk aan scholen, kinderdagverblijven, gemeenten, dorpshuizen en welzijnsorganisaties,’ somt hij op. ‘Zulke vormen van gedeelde huisvesting maken je programma als kleine bibliotheekvestiging direct veel sterker. Bovendien groeit je bereik. Ouders die hun kind komen ophalen van de peuterspeelzaal, komen bijvoorbeeld direct in aanraking met de bibliotheek.’

In kaart

Het is dat proces waaraan Van der Veen momenteel hard werkt. ‘We zijn nu in kaart aan met brengen met wie we graag zouden willen samenwerken en wat we daarmee winnen. Alleen al het feit dat je je locatie deelt met andere partijen zorgt ervoor dat je zoveel kosten bespaart. In de bibliotheeksector wordt nog te veel geïnvesteerd in stenen en niet in genen. We geven te veel geld uit aan huisvesting en te weinig aan de ontwikkeling van onze identiteit.’

Een bijzondere uitspraak voor een bibliotheekdirecteur die net is verhuisd naar een gloednieuw pand. ‘In tegenstelling tot wat je zou denken, heeft die overstap ons geen windeieren gelegd,’ aldus Van der Veen. ‘We betalen nu de helft van de huur die we in ons oude beursgebouw betaalden. Eén bibliotheek in je werkgebied mag als paradepaardje fungeren, de rest moet vooral leunen op de samenwerking met andere organisaties. Alleen zo word je onderdeel van de lokale gemeenschap. Wat vroeger de kathedraal was, is nu de bibliotheek: een grote trekker van buitenaf, een plek van samenkomst voor de bevolking.’

Soms maakt Van der Veen zich zorgen over het financiële plaatje. Tegelijkertijd kan hij de huidige crisis dankzij zijn ervaring in de bibliotheeksector gemakkelijk relativeren. ‘Ik heb mijn hele leven lang alleen maar in de bibliotheekbranche gewerkt,’ vertelt hij. ‘Ik heb altijd golfbewegingen gezien: als het goed gaat met het land, gaat het goed met de gemeenten en dus met de bibliotheek. Van die afhankelijkheid moeten we af: we hebben meer middelen nodig om onszelf financieel onverslaanbaar en onafhankelijk te maken. Het zou enorm helpen als het bibliotheekwerk net zo dwingend in de wet verankerd was als bijvoorbeeld jeugdzorg. De Wsob is inhoudelijk een prima verhaal, maar heeft geen verplichtend karakter. Nu krijgen we de restjes. Gemeenten kunnen zich heel gemakkelijk onttrekken aan het dwingende advies om ten minste één vestiging per kern open te houden.’

Taal en informatie

Van der Veen richt zich graag op de toekomst. ‘Onze belangrijkste maatschappelijke opgaven zijn taal en informatie. We hebben alle grote documenten bij elkaar gelegd, waaronder het UNESCO Manifest; de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de lijst met vaardigheden waarover we in de 21e eeuw moeten beschikken om ons leven succesvol te kunnen inrichting. Daarnaast geven de College- en Raadsprogramma’s van onze gemeenten een duidelijke richting in de maatschappelijke opdracht. Daaruit zijn onze speerpunten voor de komende periode voortgekomen, waaronder de bibliotheek als plek voor talentontwikkeling voor jongeren en als culturele hub. Zo sluiten we aan bij wat de wereld én de gemeente van ons vraagt: in gesprekken merken we dat we dezelfde taal spreken, omdat we ons op dezelfde documenten en doelstellingen baseren.’

Ook ziet Van der Veen in de toekomst een grotere rol voor de bibliotheek weggelegd in inburgeringsprogramma’s. ‘In informele en non-formele settings kunnen wij van grote toegevoegde waarde zijn. We hoeven alleen maar met een goed voorstel te komen waarin we laten zien waar de kracht van de bibliotheek ligt, zoals we dat nu ook al doen in de bestrijding van laaggeletterdheid. We maken nu veel vaker onderdeel uit van belangrijke gemeentelijke allianties. We worden weer gezien als belangrijke speler. Het tij in bibliotheekland keert.’

Reacties

    Plaats een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Vereiste velden zijn gemarkeerd met *