Ga door naar hoofdcontent
Interviews‘Digitaal aanbod is permanent work in progress’ – in gesprek met Jan Klerk
Interview met directeur de Bibliotheek Katwijk Jan Klerk

‘Digitaal aanbod is permanent work in progress’ – in gesprek met Jan Klerk

Woensdag 20 mei 2020Afbeelding ‘Digitaal aanbod is permanent work in progress’ – in gesprek met Jan Klerk

Dit interview is onderdeel van de serie ‘Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis’. Anne van den Dool (onderzoeksredacteur bij de KB) bevraagt hiervoor directeuren in bibliotheekland naar specifieke thema’s die spelen bij de maatregelen rondom het coronavirus. Steeds meer bibliotheken stellen vestigingen gedeeltelijk weer open.

Commissie Digitaal

Jan Klerk, lid van de commissie Digitaal van de VOB en al jaren betrokken bij de digitale ontwikkelingen in bibliotheekland, is ongeduldig. ‘Natuurlijk kijk ik in deze tijd met extra interesse naar wat er op online vlak gebeurt,’ vertelt hij. ‘En door de jaren heen is mijn frustratie over digitale ontwikkelingen in de bibliotheek niet afgenomen. Om ons heen zien we hoe partijen die je als concurrentie kunt zien, zoals Bol.com en Amazon, allerlei diensten optuigen die ons het gras voor de voeten wegmaaien. Ze zetten iets neer waar wij niet zo gemakkelijk overheen kunnen. Het is moeilijk te accepteren dat partijen om ons heen zo in de versnelling zitten, terwijl wij maar kleine stappen durven te zetten.’
Ook de dienstverlening die in deze tijd is opgezet, is wat Klerk betreft niet zo goed als die zou moeten zijn. ‘We hadden juist nu een vlekkeloos digitaal aanbod kunnen neerzetten, maar opnieuw heeft dit ons veel hoofdbrekens opgeleverd.’
Ook binnen de commissie Digitaal ziet hij nog weinig schot in de zaak. Klerk: ‘We zitten in een startfase. De commissie was voorheen wat slapend; er werd af en toe iets gezegd en dat werd doorgegeven aan het VOB-bestuur. Nu vragen we ons meer af: hoe zorg je ervoor dat je je achterban hoort en hun ideeën meeneemt? Het ingewikkelde bestuurlijke systeem maakt ons traag. We komen momenteel met onze VOB-leden zo’n twee à drie keer per jaar bij elkaar. Als je daar informatie wilt ophalen, die wilt verwerken en ter goedkeuring wilt voorleggen, ben je zo twee jaar verder. En dan hebben we ook nog rekening te houden met de KB, die op digitaal vlak de grootste rol speelt.’

Ledenstructuur als meerwaarde

De coronacrisis vertraagt ook dit proces. ‘En de digitale ontwikkelingen mogen in deze tijd dan een hoge vlucht nemen, het achterliggende proces heeft altijd tijd nodig,’ legt Klerk uit. ‘Dat zie je nu ook bij de mislukte COVID-app: de ontwikkeling daarvan heeft veel meer voeten in de aarde dan mensen denken. Je moet bedenken wat je wilt maken. Vervolgens moeten maker en bedenker elkaars taal snappen. Er wordt een prototype gemaakt. Dat moet worden getest, aangepast en opnieuw bekeken. Dat proces kost normaal gesproken één tot twee jaar. Dat kun je niet zomaar inkorten.’
Hoe zou de ideale wereld er wat Klerk betreft uitzien? ‘Dan hadden we als bibliotheeksector al een paar jaar geleden een vergelijkbare dienst als Kobo Plus gehad,’ reageert hij direct. ‘Aangevuld met de ledenstructuur van de bibliotheek, die een enorme meerwaarde kan bieden. Wij hebben in potentie veel meer in huis dan Kobo en Amazon, maar in praktijk lukt het ons niet dat voor het voetlicht te brengen. Daar hebben we helaas ook de financiële middelen niet voor. Dat dwingt tot nederigheid.’

In de versnelling

De knelpunten die nu zichtbaar worden in de digitale dienstverlening, moeten zo snel mogelijk worden weggenomen, aldus Klerk. ‘We hebben met complexe zaken te kampen: bibliotheken werken met allemaal verschillende systemen of met versies van hetzelfde systeem. Een landelijk systeem moet hen samenbrengen. Daarvoor is geld niet per se de enige oplossing. Het gaat ook om de wil een bepaalde versnelling in te gaan.’
Daarin werken digitale vraagstukken anders dan fysieke of organisatorische, ziet Klerk. ‘Je werkt niet toe naar één eindproduct, maar blijft continu verbeteren. Je kunt niet eerst komen met een beleidsstuk en vervolgens een projectorganisatie inrichten, die er in fasen voorzichtig mee aan de slag gaat. In de digitale wereld is het permanent work in progress. Kijk bijvoorbeeld naar een besturingssysteem of webbrowser. Iedere paar weken komt er een nieuwe versie van Google Chrome beschikbaar. Zulke continue veranderingen laten zich lastig langs de lat van een organisatieproces leggen. Je hebt in de digitale wereld eigenlijk de tijd niet om wensen op te halen bij de achterban, vervolgens een beleidsstuk te schrijven, dat te behandelen in het MT en het maanden later naar de directie te brengen. Dan schiet je niet op.’
En toch is het vaak juist dat proces dat in bibliotheekland moet worden doorlopen, merkt Klerk. ‘We kennen zoveel lagen: lokaal, gemeentelijk, provinciaal, landelijk. Veel besluitvorming moet een lange route lopen, met veel bureaucratische tussenstops.’

Culturele concurrentie

De hoeveelheid tijd die mensen in coronatijd aan het lezen van boeken hebben besteed, valt Klerk tegen. ‘We zijn als bibliotheek actief in de wereld van vrijetijdsbesteding, waarin ons aandeel de afgelopen jaren alleen maar kleiner is geworden. Ik had gehoopt dat men nu massaal het boek zou oppakken, maar streamingsdiensten en andere alternatieven blijken te aanlokkelijk.’
Een deel van de kracht van de bibliotheek ligt juist in het pand dat tijdens de coronacrisis gesloten moest blijven. Klerk: ‘Bibliotheken zijn succesvol door een combinatie van zaken: onze programmering, onze collectie, ons pand, onze lekkere koffie. Zelfs als onze digitale voorzieningen in deze tijd vlekkeloos waren geweest, gingen nog niet alle Nederlanders daar opeens gebruik van maken. Wij moeten het hebben van diversiteit van onze producten en dienstverlening. Door de huidige situatie zijn we genoodzaakt die continu bij te stellen – net als bij ict-processen. Dat vraagt om een wendbaarheid die de bibliotheeksector lang niet altijd in zich heeft.’

Verhuizen

Daarnaast heeft Klerk in Katwijk met een ander probleem te kampen. ‘We zijn bezig met het vormen van een nieuwe culturele organisatie. Voor ons is nieuwe huisvesting hard nodig. Wij en onze toekomstige partners zitten in oude panden met veel achterstallig onderhoud. Deze gebouwen zijn absoluut niet duurzaam, hetgeen leidt tot hoge energierekeningen en onderhoudskosten. Het liefst zouden we opereren vanuit één centraal gelegen aantrekkelijk pand, van waaruit we kunnen uitvliegen naar de wijken.’
Toch is het niet zeker dat dat scenario ook gerealiseerd zal worden. ‘Het zou ook kunnen dat we het met bestaande panden moeten doen,’ weet Klerk. ‘Die optie lijkt door de coronacrisis alleen maar aannemelijker geworden. Verder zien wij, net als bij alle andere bibliotheken, onze inkomsten uit abonnementsgelden teruglopen, terwijl de uitgaven juist toenemen. We hebben door de jaren heen steeds meer taken toebedeeld gekregen. We krijgen in Katwijk de begroting simpelweg niet meer rond.’
In die zin kon de coronacrisis niet beroerder getimed. ‘Er hing ons al een bezuinigingswolk boven het hoofd. Dat gold ook voor de culturele partners waarmee we een alliantie wilden aangaan. We moeten het de komende twee jaar al met een ton minder doen. De gemeente ziet ook welke kant dit opgaat.’
Klerk trekt nog geen conclusies, maar ziet wel de bezorgde blik van de wethouder. ‘Katwijk is een gemeente die moeilijk geld uitgeeft en niet makkelijk beslissingen neemt. Ze zijn hier heel bang voor financiële uitglijders.’

Activiteiten als reclame

Waar OBA-directeur Martin Berendse de maandagochtend van de sluiting door de gemeente Amsterdam werd opgebeld met de vraag of hij zorg wilde dragen voor de stad, bleef het bij Klerk stil. ‘Wij hebben geen vraag of aanbod gekregen van de gemeente. We hebben het zelf moeten oppakken. De haal- en brengservices die we zijn gaan aanbieden, hebben we vanwege de maatschappelijke druk opgezet.’
Klerk kan niet wachten tot alles weer bij het normale is. ‘We staan te trappelen om weer aan de slag te gaan. We hebben alles al in huis. Wel hoop ik dat we ons te lang alleen op de uitlening hoeven te richten. Dat wordt stoffig, ben ik bang. We missen daarmee ook een deel van onze reclame: het zijn juist de activiteiten waarmee we in het nieuws komen en die de mensen verrassen.’

Klerk is ervan overtuigd dat het coronavirus op termijn een risico zal worden waarmee we moeten leren leven. ‘We accepteren de drieduizend verkeersdoden die we in Nederland jaarlijks te betreuren hebben; dat zien we als bijkomstigheid van het feit dat we het verkeer gebruiken. Zo zullen we ook leren leven met de kans op coronabesmetting. Want een anderhalvemetersamenleving houden we niet eeuwig vol.’

Reacties

    Plaats een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Vereiste velden zijn gemarkeerd met *