Ga door naar hoofdcontent
InformatieWet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen gaat over de regelingen voor vervroegde uittreding, verlofsparen en de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen als bedrag ineens.

Het gaat om regelingen waarover de werkgever en de werknemer het eens moeten worden. De wet geeft de werknemer geen recht op een vergoeding en de werkgever is ook niet verplicht in te stemmen met een verzoek van de werknemer.

RVU

Het wordt door deze wet voor werkgevers mogelijk om met oudere werknemers afspraken te maken over eerder stoppen met werken, zonder dat daar een heffing over betaald moet worden. De wet geeft de werknemer geen recht op een vergoeding en de werkgever is ook niet verplicht in te stemmen met een verzoek van de werknemer. Als er een vertrekregeling wordt afgesproken kan deze onderdeel uitmaken van een vaststellingsovereenkomst.

Van 2021 tot en met 2025 betalen werkgevers geen heffing over regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing) tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW. Voorwaarde hiervoor is dat uittreding plaatsvindt in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd. Werknemers krijgen dan als het ware eerder AOW, betaald door de werkgever. Zij kunnen dit zelf aanvullen, bijvoorbeeld met spaargeld of door hun aanvullend pensioen eerder in te laten gaan. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan de zorgen van werknemers die niet hebben kunnen anticiperen op de verhoging van de AOW-leeftijd en niet gezond kunnen blijven werken tot de AOW-leeftijd.

Werkgevers betalen volgens de huidige RVU-regeling die nog tot 31 december 2025 loopt, geen belasting over de uitkering van vervroegd uittredende werknemers. Dit geldt echter wel tot een bepaald bedrag: de zogeheten RVU-drempelvrijstelling. Die bedroeg in 2024 € 2.182 bruto per maand. Voor 2025 is dit bedrag vastgesteld op bruto € 2.273

Vanaf 2026 wordt de RVU-regeling (Regeling Vervroegd Uittreden) structureel voortgezet voor werknemers met werkverzwarende omstandigheden (zware beroepen). Dit volgt uit een akkoord (oktober 2024) tussen sociale partners en het kabinet. Werknemers met zwaar werk kunnen ook na 2025 tot 3 jaar eerder met pensioen gaan zonder RVU-heffing.

Verlofsparen

Verlofsparen stelt werknemers in staat om bovenwettelijke vakantiedagen op te sparen voor later gebruik, bijvoorbeeld voor vervroegde pensionering of een sabbatical. Het is sinds 1 januari 2021 mogelijk om honderd weken bovenwettelijk verlof te sparen. 

Bedrag ineens

Het keuzerecht voor een bedrag ineens – waarbij werknemers tot 10% van hun ouderdomspensioen in één keer kunnen opnemen – is nog niet van kracht. De Eerste Kamer moet het aangepaste wetsvoorstel Herziening bedrag ineens nog goedkeuren. De verwachte ingangsdatum is 1 juli 2026.