Rond 1900 ontstonden de eerste openbare bibliotheken, vooral als plaats waar mensen in rust konden lezen en studeren.

In Nederland waren er in de loop van de 19e eeuw enkele kleine bibliotheken en leeszalen opgericht. Deze waren meestal ingedeeld volgens de toen heersende sociale en religieuze levensovertuigingen. Naar Engels voorbeeld, waar eind 19e eeuw de eerste ‘public libraries’ ontstonden, werden in Nederland de eerste voor iedereen toegankelijke openbare bibliotheken en leeszalen opgericht. Heel veel van onze leden vieren of hebben al hun 100-jarig bestaan gevierd.

Start van bibliotheken

Lange tijd was er rivaliteit tussen Dordrecht en Utrecht, die beiden meenden de eerste stad te zijn met een openbare bibliotheek. De leeszaal in Dordrecht richtte zich vanaf de oprichting in 1899 al op het uitlenen van boeken en wilde vanaf het begin ‘onafhankelijk van een zuil’ zijn. In Utrecht werd er pas rond 1908 begonnen met het uitlenen van boeken en tijdschriften. In 1907, waren er in Nederland zes openbare leeszalen en bibliotheken, die veelal op een bescheiden manier door vrijwilligers gerund werden.

Ontwikkelingen

Het Nederlandse bibliotheekwezen begon zich pas echt te ontwikkelen na de verlening van de eerste rijkssubsidies vanaf 1907. Daarnaast werd in 1908 de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken opgericht. De permanente financi√ęle bijdragen van de overheid vanaf 1910 zorgden verder voor een toename van het aantal voor iedereen toegankelijke bibliotheken en leeszalen in Nederland.

In de tweede helft van de 20e eeuw verschoof de belangrijkste functie van de bibliotheek steeds meer naar het uitlenen van boeken, tijdschriften en muziekwerken.

Begin van de 21-ste eeuw begint de ontwikkeling naar de maatschappelijke bibliotheek.