Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee

Hoofdstuk XIV Slotbepalingen, artikel 76

Eindejaarsuitkering / instellingsgebonden gratificatieregeling

  1. Jaarlijks in de maand december heeft de werknemer recht op een structurele eindejaarsuitkering van 3,25%, berekend over het door de werknemer in dat kalenderjaar feitelijk verdiende brutosalaris, vermeerderd met de over dat jaar opgebouwde vakantietoeslag als bedoeld in artikel 32 van de cao.

  2. De werknemer die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is en/of geen volledig dienstverband heeft, heeft naar rato recht op de eindejaarsuitkering. De werknemer die vóór 31 december uit dienst treedt, heeft recht op de eindejaarsuitkering naar rato van het aantal maanden van het lopende kalanderjaar dat de betreffende werknemer in dienst is geweest. Uitbetaling geschiedt in dit geval, in afwijking van lid 1, uiterlijk in de eerste maand volgend op de maand van uitdiensttreding. 

  3. De eindejaarsuitkering telt mee voor de pensioenopbouw.

  4. a.   De werkgever kan met instemming van de ondernemingsraad, dan wel de personeelsvertegenwoordiging overeenkomen dat (een deel van) het in het eerste lid genoemde percentage in dat kalenderjaar wordt bestemd t.b.v. een instellingsgebonden gratificatieregeling ex artikel 63 van de cao.
    b.   Indien de werkgever op 1 december van het betreffende kalenderjaar geen overeenstemming heeft bereikt als hiervoor bedoeld onder 4a, wordt de eindejaarsuitkering volledig uitgekeerd.
Printen
Laatst bijgewerkt op: 10 december 2018