Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee

Hoofdstuk IV Vakantie en verlof, artikel 36

Bijzonder verlof

De werkgever maakt met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afspraken over bijzonder verlof, voor zover hij dit nog niet heeft geregeld. Als de werkgever nog geen regeling over bijzonder verlof heeft vastgesteld dan gelden, zolang de werkgever nog geen afspraken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over bijzonder verlof heeft gemaakt, de aanspraken op bijzonder verlof als genoemd in artikel 35 uit de cao Openbare Bibliotheken 2007-2009 [1].

 

 

Toelichting sociale partners


Sociale partners zijn van mening dat centrale afspraken over onderwerpen waarbij individuele en lokale omstandigheden een rol kunnen spelen op organisatieniveau verdere invulling moeten krijgen. Een voorbeeld daarvan is bijzonder verlof.

In artikel 36 worden werkgevers gestimuleerd gedurende de looptijd van deze cao-afspraken te maken over bijzonder verlof (voor zover ze nog geen regeling hebben vastgesteld) met hun ondernemingsraad/ personeelsvertegenwoordiging. Zolang ze dit nog niet hebben gedaan geldt de opsomming van aanspraken op bijzonder verlof uit de cao 2007-2009. Deze is als voetnoot aan de bepaling toegevoegd.


1.
  Artikel 35 uit de cao Openbare Bibliotheken 2007-2009

  1. Indien en voor zover de noodzaak tot werkverzuim aanwezig is wordt aan de werknemer in de hierna te noemen gevallen extra verlof van korte duur verleend met behoud van salaris (zie uitzondering onder h m.b.t. bloedverwanten in de derde en vierde graad), tenzij dit verlof het functioneren van de instelling in gevaar brengt.

    a. Bij verhuizing aan hen, die een eigen huishouding overbrengen anders dan in geval van overplaatsing eenmaal per drie jaar en ten hoogste twee dagen. 

    b. Voor het zoeken van een woning ingeval van overplaatsing: ten hoogste twee dagen.

    c. Bij verhuizing ingeval van overplaatsing: drie dagen.

    d. Bij zijn ondertrouw: de hiervoor benodigde tijd.

    e. Bij zijn huwelijk, het opstellen van een notariële akte m.b.t. een samenlevingsrelatie, of partnerregistratie in de zin van het Burgerlijk Wetboek, Titel 5A: vier dagen. Dit recht heeft men slechts een keer bij de gebeurtenis met dezelfde partner.

    f. Tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste en de tweede graad: een dag, indien dit huwelijk wordt gesloten in zijn woon- of standplaats en ten hoogste twee dagen, indien dit huwelijk wordt gesloten buiten zijn woon- of standplaats.

    g. Bij zijn 25-, 40- en 50-jarig dienst- of huwelijksjubileum en bij het 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van zijn ouders, stief- of schoonouders: een dag.

    h. Bij zijn kerkelijke bevestiging en Eerste Heilige Communie en bij andere vergelijkbare godsdienstige en levensbeschouwelijke gebeurtenissen en bij die van zijn echtgenote, kinderen, pleeg- of stiefkinderen: een dag.

  2. Aan de werknemer wordt, tenzij het functioneren van de betrokken onder de werkingssfeer van de cao vallende instelling hierdoor in gevaar komt, extra verlof verleend met geheel of gedeeltelijk behoud van salaris voor het bijwonen van vergaderingen en zittingen van publiekrechtelijke colleges, waarin de werknemer is benoemd of verkozen, en voor het verrichten van daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van deze colleges, een en ander voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden.
Printen
Laatst bijgewerkt op: 04 september 2017