Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee

Hoofdstuk III Werk- en rusttijden, artikel 22

Vormgeving 36-urige werkweek

  1. De werkgever heeft een werktijdenregeling. De werktijdenregeling past binnen de kaders die zijn gesteld in de Arbeidstijdenwet, de cao en Bijlage C.

  2. De werkweek bedraagt voor een werknemer met een voltijd-dienstverband: 36 uur per week of gemiddeld 36 uur per week.

  3. M.b.t. de vormgeving van de 36-urige werkweek zijn diverse uitvoeringsmodellen mogelijk, onder andere:
  • ten hoogste (geheel of gedeeltelijke) toepassing van een 40-urige werkweek; 
  • een (geheel of gedeeltelijke) toepassing van collectieve roostervrije dagen;
  • spaarmogelijkheden van verlof.

    De ontstane vrije tijd dient in de vorm van herkenbare blokken in het werktijdenschema zoals bedoeld in artikel 24 van de cao te worden verwerkt. 



Toelichting sociale partners


Op 26 september 2011 zijn cao-partijen het eens geworden over een gezamenlijke toelichting op bijlage C, Kaderregeling werktijden, waarover in de praktijk onduidelijkheid bleek te bestaan. Deze toelichting laat de huidige cao-teksten onverlet, maar beogen duidelijk te maken wat cao-partijen met de betreffende teksten hebben bedoeld.

De kaderregeling is door cao-partijen bedoeld om werkgevers en werknemers op ondernemingsniveau een mogelijkheid te bieden om de bestaande werktijdenregeling, waarbij werknemers om de week kunnen worden ingezet voor werk op zaterdag, aan te passen. Als van de kaderregeling geen gebruik wordt gemaakt blijft de bestaande werktijdenregeling van kracht.

Als van de kaderregeling wel gebruik wordt gemaakt kan dat er toe leiden dat de bestaande werktijdenregeling wordt aangepast, waarbij partijen met betrekking tot het werken op zaterdag het volgende hebben beoogd:

  • de werkgever stelt de minimale en maximale bezettingsbehoefte vast en is eindverantwoordelijk voor de bezetting; 

  • er wordt overleg gevoerd om de wensen van werknemers zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de bezettingsbehoefte;
  • de werknemer wordt maar een zaterdag per drie weken ingeroosterd, tenzij anders is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst of de werknemer vaker wil worden ingeroosterd; 

  • als onvoldoende werknemers beschikbaar zijn voor de bezetting van de vastgestelde bezettingsbehoefte kan een werknemer vaker dan eenmaal drie weken op zaterdag worden ingeroosterd.
Printen
Laatst bijgewerkt op: 11 oktober 2018