Verlengingen
Uitspraak Hoge Raad in oktober 2012 verwacht
De conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad in de procedure tussen VOB en Stichting Leenrecht over de status van verlengingen is bepaald op 7 september a.s. Meestal volgt dan circa zes weken later het arrest van de Hoge Raad.
Stichting Leenrecht vraagt cassatie aan
De Stichting Leenrecht vraagt cassatie aan bij de Hoge Raad in de kwestie leenrechtvergoedingen voor verlengingen. De procedure loopt daarmee opnieuw door. Naar verwachting zal dit ca 1,5 jaar in beslag nemen.
De VOB adviseert de leden nog terughoudend te zijn met het aanwenden met gereserveerde gelden voor het eventueel terugbetalen van leenrechtvergoedingen voor verlengingen.
Achtergrond
Op 28 juni heeft het gerechtshof in Den Haag uitspraak gedaan in de hoger beroep zaak tussen de Stichting Leenrecht en de Vereniging van Openbare Bibliotheken over leenvergoedingen op verlengingen. De rechter heeft ook in deze hoger beroep zaak in het voordeel van de bibliotheken beslist. We zijn daar uitermate verheugd over.
De VOB treedt in overleg met de Stichting Leenrecht om de praktische afhandeling van dit vonnis te realiseren. We stellen u zo spoedig mogelijk op de hoogte van de resultaten.
De Stichting Leenrecht had hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak over verlengingen. De rechter deed op 24 maart 2010 uitspraak in de zaak tussen de VOB, namens de openbare bibliotheken, en de Stichting Leenrecht. Het geding draaide om de vraag of de verlenging van een geleend bibliotheekboek zou moeten leiden tot een extra leenrechtvergoeding. De rechter oordeelde dat een verlenging van de uitleentermijn niet geldt als een nieuwe openbaarmaking. Daarmee oordeelde de rechter dat er geen sprake kan zijn van een extra leenrechtvergoeding voor een verlenging.
In 2007 kwamen partijen niet tot overeenstemming op het punt van verlengingen. De Vereniging van Openbare Bibliotheken nam daarom in 2008 het initiatief om het geschil aan de rechter voor te leggen.
Via Stichting Leenrecht betalen bibliotheken een vergoeding aan auteurs voor elke keer dat een auteursrechtelijk beschermd werk wordt uitgeleend. Het geschil ging om de vergoeding voor een verlenging. Bij verlenging is er sprake van een aansluitende leentermijn voor hetzelfde werk door dezelfde lener. Stichting Leenrecht stelde zich op het standpunt dat bibliotheken bij een verlenging een nieuwe leenrechtvergoeding zouden moeten betalen. Bibliotheken vonden dit niet terecht, omdat de vergoeding die ze per uitlening aan de Stichting Leenrecht betalen, losstaat van de duur van de uitleentermijn.
De praktijk van registratie voor uitleningen en verlengingen is niet in alle bibliotheken gelijk. In sommige gevallen wordt een vergoeding gevraagd aan de klant voor een verlenging, in andere gevallen niet. Wanneer de bibliotheek een vergoeding vraagt aan de klant voor een verlenging draagt de bibliotheek ook een vergoeding af aan Stichting Leenrecht. Dat vinden de bibliotheken redelijk. De procedure ging dan ook met name om de situatie waarin de bibliotheek geen vergoeding vraagt aan de klant voor een verlenging. Het is nu duidelijk dat de bibliotheken in dat geval geen vergoeding aan Stichting Leenrecht hoeven af te dragen.
Voor praktische en inhoudelijke informatie kunt u terecht bij Evert Slot, 070-3090214, slot@siob.nl. Hij ondersteunt ook de onderhandeldelegatie van de VOB in de StOL.









![[RSS]](fileadmin/templates/img/rss.png)