Stef Bos ambassadeur voor de bibliotheek Veenendaal
Column Stef Bos
Zijn naam was Michel Oukhow. Man met een grote witte haardos. Zoon van een Russische vader, die zich met wilde gebaren door de geschiedenis van de letteren bewoog terwijl wij aan zijn lippen hingen. Man met een stem als een vulkaan die woorden spuugde. Hij sloeg soms stoelen kapot wanneer hij een roman van Gogol de hemel in prees. Hij was onze leraar literatuur op de toneelschool in Antwerpen en zette ons in vuur en vlam. Altijd dacht ik dat daar mijn liefde voor het boek is begonnen tot ik deze week in Veenendaal het gebouw van mijn lagere school weer van binnen zag; de Koningin Juliana School aan de Kerkewijk.
De school van toen is met stijl verbouwd tot een notariskantoor, maar is voor een oud leerling als ik nog altijd herkenbaar. Tegenover de hoofdingang gaat een trap omhoog naar een grote zolderruimte waar het spookachtig donker kon zijn vroeger en waar in mijn eerste herinneringen de bibliotheek van Veenendaal was gevestigd. Daar zocht ik naar de avonturen van Snuf de Hond en de Engelandvaarders. Op die wat schemerige zolder was het gemakkelijk voor te stellen dat bij het sluiten van de bibliotheek de personages zich zouden losmaken van de bladzijden om tot werkelijke heldendaden over te gaan in het holst van de nacht. Daar op die plek begon mijn liefde voor het boek.
De tweede plek in het Veen waar ik de Bibliotheek voor me zie was aan de Sterke Arm onder een flatgebouw voor de derde leeftijd. Daar was de gehele begane grond ingeruimd voor boeken. De schemering was weg, het licht viel er binnen zoals ook in mijn leven toen als beginnende puber.
Daar in die bibliotheek bestudeerde ik in verschillende naslagwerken met een paar klasgenootjes het vrouwelijk lichaam omdat we bij de les biologie niet veel wijzer waren geworden over het avontuur der seksualiteit. Daar zag ik ook voor de eerste keer in mijn leven een kopieerapparaat waar ik veelvuldig gebruikt van maakte om foto’s te kopiëren voor werkstukken die ik maakte over de Russisch Japanse oorlog en andere obscure historische onderwerpen. Want te schuchter om contact te zoeken met de meisjes stortte ik mij maar op de verbeelding van geschiedenisboeken en avonturenromans zoals De Graaf van Monte Christo.
En nu zoveel jaren later was ik onlangs voor de eerste keer in het gebouw waar de boeken nu wonen…. De Cultuurfabriek van Veenendaal. Veenendaal dat decennia lang zo slecht is omgegaan met zijn verleden. Dat vele prachtige oude gebouwen en locaties liet slopen voor een zielloze architectuur en daarmee de levens van vele vroegere bewoners in de vergetelheid had gedumpt. Eindelijk had dit dorp het licht gezien. Het verleden van textiel en sigarenfabrieken komt monumentaal tot leven in de fabriekspijp die op de binnenplaats staat en overal zichtbaar is. Daarmee komen ook de vele arbeiders voor even tot leven die hier sloofden voor een karig loon. Ik zie de foto weer voor me van mijn oma, Neeltje van Burken, die op dertien jarige leeftijd met een witte schort om voor de fabriekspoort stond.
De tijd volgt soms wonderlijke wegen want nu wonen er boeken op dezelfde plek en staat haar kleinzoon daar, kijkt in het rond en weet … in dit instituut is dus de liefde voor taal en boeken begonnen. De Bibliotheek van Veenendaal.
Paul Gellings dicht voor de bibliotheek Zwolle
Voor opdracht 3 gingen de bibliotheken op zoek naar een eigen ambassadeur. De bibliotheek Zwolle vond Paul Gellings bereid het onderstaande gedicht te schrijven.
MAGIE
Hoor hoe er zomaar ineens een verhaal
kan beginnen met een ritselend blad
in deze magische burcht, deze stad
opgetrokken uit gedachten en taal.
Let op het eigen leven van de boeken,
dat zo aangenaam behekste papier
dat je verleidt en je buiten het hier
en het nu naar iets anders doet zoeken.
Vergeet het geschreeuw in de straten
of de dogma’s gestold in je hoofd
waarin je al te lang hebt geloofd -
maar sta toe dat de pagina’s praten
want als niets of niemand tevoren laten
zij je beleven wat je ooit was beloofd.
Paul Gellings
Eppo van Nispen tot Sevenaer 
Eppo van Nispen tot Sevenaer (1964) heeft jaren gewerkt als programmamaker en hoofdredacteur voor de TROS en SBS. In 2005 stapte hij over naar de bibliotheekwereld. Het leek hem aanvankelijk een saaie plek waar je niet dood gevonden wilt worden maar daar denkt hij inmiddels anders over.
Vijf jaar lang was hij directeur van DOK Delft, een prachtige en innovatieve bibliotheek in hartje Delft die in 2009 gekozen werd tot de beste bibliotheek van Nederland. Sinds 2010 is Eppo directeur van het CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek).
De bibliotheek ziet Eppo als een plek waar iedereen welkom is. De deur staat er altijd voor iedereen open. De bieb is daarmee ook de 'ultieme verbinder' omdat er mensen en groepen van allerlei soorten en maten met elkaar in contact gebracht worden rondom even veelzijdige interesses.












![[RSS]](fileadmin/templates/img/rss.png)